Over de beschieting bij werkkamp ‘Diever B’ in Oude Willem

Op 21 oktober 1942 om omstreeks 12.15 werden ten noordwesten van Diever vliegtuigen gehoord en kort daarop hevig mitrailleurvuur. Omdat zich daar in Oude Willem de arbeidskampen ‘Diever A’ en ‘Diever B’ bevonden, trachtte het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst, de heer Jan Boesjes, telefonisch contact te krijgen, maar kreeg geen gehoor.

Hij trok de conclusie dat het niet in orde was en, samen met huisarts Sebastiaan van Nooten, reed hij naar Oude Willem. Ter plaatse aangekomen, bleek werkkamp Diever B hevig te zijn beschoten. Van het personeel had de hulpkok Cornelis Heetebrei een schampschot aan de rechterzijde van zijn hoofd gekregen, hetgeen niet ernstig bleek te zijn. De kampbeheerder en enige timmerlieden hadden geen letsel opgelopen.

De drie kampknechten waren gevlucht en niet meer teruggekomen. Omdat Boesjes en Van Nooten de kampknechten onderweg waren tegengekomen, werd aan hen aanvankelijk geen aandacht besteed. Op de terugreis naar Diever werd dicht bij het dorp kampknecht Hendrik Daleman ingehaald. Hij bleek een schot iets beneden zijn linkerheup te hebben opgelopen en werd door dokter Van Nooten verbonden.

Toen om 16.00 uur de 16 jaar oude kampknecht Gerrit Kuiper nog niet was thuisgekomen, werd onder leiding van de kampbeheerder de omgeving van kamp B afgezocht. Liggend in de heide op ongeveer 100 meter van het kamp verwijderd, werd hij door zijn vader Jan Kuiper en zijn broer Albert gevonden. Van Nooten kon slechts de dood constateren. De fatale kogel was in zijn rug binnengedrongen en had zijn lichaam door de borst weer verlaten.

Hendrik Daleman vertelde dat hij met Gerrit Kuiper en Jan van der Molen uit Appelscha ten tijde van de overkomende vliegtuigen in kamer 1 zat te eten. Ze hoorden vliegtuigen bijzonder laag overvliegen. Zij gooiden de ramen open om ze beter te kunnen zien. Toen ze de vier toestellen niet meer konden zien, sprongen ze door het raam naar buiten. Op dat moment begonnen de vliegtuigen het kamp te beschieten. Hij is meteen de heide achter het kamp ingevlucht. Hendrik voelde een klap tegen zijn linkerheup toen hij onder de afrastering door kroop. Omdat hij geen pijn had en geen bloed voelde, had hij daar verder geen aandacht aan besteed. Gerrit Kuiper en Jan van der Molen heeft hij niet meer gezien. Toen de vliegtuigen waren verdwenen, is hij naar huis gegaan. Op het terrein achter het kamp, in de richting waarin Gerrit Kuiper vluchtte, was de grond bezaaid met kogelgaten en de kamer waarin de kampknechten hadden gezeten, was doorzeefd met kogels.

Het kwam vaker voor dat Engelse jagers op strooptocht waren om zaken, die de Duitse vijand ten nutte konden zijn, te vernietigen of te ontregelen. Toen ze laag overvlogen, zagen ze toen de schittering van het openslaande raam? Het feit dat ze de kamer waarin de kampknechten zich bevonden om te eten en de vluchtlijn van Gerrit Kuiper en Hendrik Daleman zo grondig beschoten, doet dit ernstig vermoeden.