Een dichte deur

Ik zit net een kop soep te eten in het restaurant, wanneer ik een van mijn zorgvragers voor de zoveelste keer op zie staan van tafel. Mevrouw is vandaag erg onrustig.

Ondanks fikse pijn in haar rug en benen gunt ze zichzelf geen rust. Ik loop naar haar toe, kijken wat er aan de hand is. Ze is bijna bij de uitgang van ons restaurant, wanneer ik haar heb ingehaald.

„Dag Jannie, hoe gaat het? Ga je ergens naartoe?”

„Ik wil even naar mijn appartement, ik wil kijken of ik de deur dicht heb gedaan.”

Mevrouw is hier wel vaker druk mee. Ze denkt dat er regelmatig bij haar wordt ingebroken, omdat ze zo vaak iets kwijt is. Dit komt echter door haar dementie, ze is altijd aan het rommelen. We vinden spullen dan ook op de gekste plekken bij haar terug.

„Volgens mij heb ik mijn deur open laten staan.”

„Je hebt toch altijd je voordeur dicht?”

„Ja, maar ik weet niet of dat nu wel zo is, dus ik wil even kijken”.

„Zal ik even voor je kijken?”, stel ik voor. „Dan kan jij rustig gaan zitten en eten. Ik zie dat je ook weer veel pijn hebt, dan kan je toch beter rustig aan doen?”.

„Ja, dat is inderdaad zo.” Ik zie mevrouw twijfelen. „Nou oké, kijk jij maar dan. Maar dan moet je me het zo wel gelijk even laten weten of hij open of dicht zat.”

„Is goed.” Ik loop naar haar appartement om het maar te controleren. En inderdaad, hij zit gewoon dicht. Ik loop naar haar toe om het te vertellen.

„Jannie, je deur zat gewoon dicht hoor. Al zou iemand er hard tegenaan schoppen, zonder sleutel krijgt niemand hem open”, grap ik.

„Wat jammer”, zegt Jannie somber. „Ik ben namelijk mijn sleutel kwijt, dan kan ik er nu niet meer inkomen. Ik had gehoopt dat ik de deur open had laten staan.”

„Op die manier.” Die zag ik niet aankomen. „Weet je wat Jannie, ga jij maar eerst lekker eten, dan loop ik na het eten wel met je mee om de deur open te doen. Dan gaan we gelijk even zoeken naar de sleutel. Eet smakelijk.”