De kort maar krachtige opmars én snelle ondergang van de aardappelstomer

‘Aardappelen als veevoer". Met deze kop opende enkele weken geleden een in noordelijk Nederland veel gelezen regionale krant een artikel over het huidige overschot aan aardappelen. Als gevolg van het besmettelijke coronavirus zijn cafetaria’s, eetcafés en restaurants gesloten. Er is dus geen vraag meer naar patat. De voorradige aardappelen zijn voor de koeien.

Zonde van al die kostbare en lekkere aardappelen? Welnee. Goede, oude tijden keren weer terug. Want zeg nou zelf, is dit niet een mooi voorbeeld van de gewenste kringlooplandbouw? We gaan vast en zeker binnenkort terug naar de aardappelstomer. „Heb je aardappels over? Stoom ze dan!" Een vaak op tv vertoond reclamespotje een beetje na-apend. Zeventig jaar geleden, in 1950, verschenen de aardappelstomers hier op het platteland in het straatbeeld. Deze machines kwamen niet, zoals de landbouwtrekkers Ford en Ferguson en de McCormick graanmaaiers in het kader van de Marshallhulp naar ons land, maar werden hier gefabriceerd. Het waren in feite grote huishoudelijke apparaten op wielen, geschikt voor het stomen van aardappels voor dieren op de boerderij. Niet zelfrijdend of voor achter een grote trekker, maar getrokken door enkele grote, sterke trekpaarden.

Schoorsteen

Een aardappelstomer bestond uit drie onderdelen: een verrijdbare kachel met een hoge, neerklapbare schoorsteen; een wagen met daarop een grote, ijzeren waterkuip en een voorraad briketten en enkele verrijdbare vaten waarin de aardappels konden worden geschept. Deze karavaan trok van boerenerf naar boerenerf. Het stomen ging gepaard met veel rook en damp. Maar wat gaf dat, de varkens (de gestoomde aardappelen werden voornamelijk gebruikt als varkensvoer) waren immers maar wat blij met de gestoomde kost die zij op deze manier kregen voorgeschoteld. En trouwens, ook menig toekijkend kind. Er waren er die snel een hete, zojuist klaargestoomde aardappel oppakten, de schil eraf pelden en het binnenste opaten. De aardappels smaakten thuis lang niet zo lekker als hier bij de aardappelstomer.

Aardappelstomer

In Zuidwolde had Hendrik Vogelzang uit Schrapveen een aardappelstomer. Begin 1950 kocht hij zo’n stomer, niet alleen voor gebruik binnen zijn eigen boerenbedrijf, maar ook om er mee de boer op te gaan, om dus bij collega-boeren aardappels te stomen. Het was meteen een groot succes. Van overal meldden zich boeren om hun aardappels door Vogelzang te laten stomen, vanuit het Rabbingerveld, Schottershuizen en Drogteropslagen. Het duurde maar even of Hendrik Vogelzang had twee aardappelstomers en na enkele jaren zelfs drie. Maar in 1955 was het gebeurd met het stomen van aardappels. De machines konden, ingehaald door andere veranderingen, worden gesloopt. De mogelijkheden om aardappels snel en efficiënt over grote afstanden te vervoeren namen toe, in België vond men patat uit en ander veevoer kwam voor de aardappels in de plaats.

Ondergang

Dit zijn in een notendop de belangrijkste oorzaken van de ondergang van de aardappelstomer. Misschien zou zo’n apparaat, mocht er hier of daar nog één, puntgaaf, in een boerenschuur staan, kunnen worden opgebouwd tot een mobiele jacuzzi of een stoombad. Een creatieve geest weet er vast wel iets van te maken. Maar dit is je reinste borrelpraat. Nu weer even serieus: is deze vorm van aardappels stomen geen mooi voorbeeld van kringlooplandbouw? Vroeger, dat wil zeggen in de tijd van de aardappelstomer, kenden we het begrip kringlooplandbouw nog niet, het kwam ook niet voor in de lesstof op school. Daar leerden we kort en bondig: ‘De akkerbouw staat in dienst van de veeteelt.’ Het klinkt warempel als een gebod. En wij, de mensen, dan? Wij lusten op zijn tijd toch ook graag een patatje? Laten we er maar van maken: ‘De landbouw staat in dienst van mens en dier’.