Andrea Deelstra: 'Conditioneel en in m’n hoofd zat het goed'

Wapenveld/Dwingeloo - „Dwingeloo voelt nog iedere keer als thuiskomen hoor. Ik ben er opgegroeid en heb er tot 2009 gewoond”, zegt marathonloopster Andrea Deelstra (35) dinsdagochtend uiterst monter aan de telefoon. Ze is thuis aan het herstellen én genieten van het bereiken van de olympische limiet, afgelopen zondag via de marathon in Valencia.

Thuis is tegenwoordig Wapenveld, een paar afslagen verder dan Zwolle. Daar woont ze samen met haar vriend - en ook marathonloper - Tjeerd Popkema. Een eerder bericht als ‘ze moest zelfs haar huis verkopen om financiële ruimte te creëren’ doet wellicht ietwat dramatisch aan. „Ik heb inderdaad mijn huis verkocht en woon nu samen. Dat kwam overigens wat in een stroomversnelling. Corona kent vele nadelen. Dit was een voordeel zeg maar”, zegt ze, met een lichte lach.

Ziekenhuis

En dan te bedenken dat ze na haar race zondag nog een nachtje in het ziekenhuis moest blijven. „Dat had niets met het hardlopen te maken hoor. Ik heb na de marathon blijkbaar iets verkeerds gegeten. Ik kreeg last van een heftige, allergische reactie en ben naar het ziekenhuis vervoerd. Na een nachtje observatie mocht ik weer naar huis.”

Inmiddels is ze in het Gelderse dorp aan het herstellen en aan het nagenieten van haar prestatie. Deelstra voldeed in Valencia nipt aan de olympische limiet. Ze liep 2.28.28 en hield precies twee seconden over. „De komende drie, vier weken loop ik niet hard. Deze week doe ik sowieso niets. Een beetje kranten lezen en berichten beantwoorden. En misschien dat ik daarna wat ga wandelen of ga fietsen terwijl mijn vriend hardloopt. Zo bouw ik dat beetje bij beetje op. Ik luister heel goed naar mijn lichaam en ik weet inmiddels precies wanneer ik er weer aan toe ben om écht iets te doen. Tweemaal per jaar geef ik mezelf een reset van drie weken. Dan loop ik niet hard. En wanneer kun je dat nu het beste doen? Inderdaad: na een marathon.” Door dat bewuste herstelproces weet de atlete ook te genieten van haar prestatie. Al blijft het niet-verbeteren van haar PR - dat staat op 2.26.46 - nog wel een dingetje. „Ja, dat speelt in mijn achterhoofd toch nog wel een beetje mee. Maar mijn hoofddoel was kwalificatie en dat is gelukt. Dus ik ben blij hoor.”

En dus mag ze naar de Olympische Spelen in Tokyo, eind juli volgend jaar. Dit brengt haar ook de A-status van NOC*NSF en verschaft haar wat ruimere financiële mogelijkheden. „Klopt. En verder moet je het zien in wat betere faciliteiten. Ook gaan er wat meer deuren voor je open.”

Winterjas

Terug naar de race van zondag. In een andere krant stond vermeld dat er sprake was van ‘ideale loopomstandigheden’. Deelstra klinkt wat verbaasd: „Het was juist verre van ideaal. Het was koud, er was een ijzige wind en er zijn best veel lopers uitgevallen. We deden onze warming-up onder een afdak. De start was op een brug. Toen ik naar bovenliep, zag ik allemaal mensen in een winterjas. Ik heb mijn shirt met lange mouwen aangehouden. Ik droeg een korte broek, maar als het kon had ik nog een kniebroek aangedaan. Nu smeerde ik vaseline op mijn benen tegen die kou. En dan die wind... Ik denk dat er wel windkracht 5 stond. We liepen twee keer de ronde van de halve marathon en er waren een paar rechte en wat langere gedeelten, dat je de wind echt vól tegen had. Toen wist ik al: als je nu alleen komt te lopen, dan ben je kansloos. Van tevoren had ik al wat contact gehad met andere deelneemsters over ons loopplan. We kwam vrij snel in een groepje samen. Een goede groep, na ruim 30 kilometer moest ik ze laten gaan. Ik kreeg wat last van kramp. Koudebenenkramp. Ik heb denk ik tijdens de gehele marathon geen warme benen gehad. Verder voelde ik mij goed, conditioneel en in m’n hoofd. Ik wist wat mijn marge was en had berekend dat ik ergens tussen de 2.28 en 2.28.30 zou finishen. Ik bleef er vertrouwen in houden en uiteindelijk lukte het mij om de limiet te lopen.”

Andrea Deelstra kan door het halen van die limiet - net als vier jaar geleden in Rio de Janeiro - opnieuw meedoen aan de olympische marathon. „Dat is nu echt de stip aan de horizon. Of het nou doorgaat of niet. Gelukkig zijn de berichten positief. Ik moet niet gaan twijfelen, want dat leidt alleen maar af van een optimale voorbereiding. Zo liep ik zondag ook. Ik deed gewoon alsof mijn neus bloedde. Het begint nu allemaal. Eerst uitrusten, want dat is echt het allerbelangrijkste. Daarna opbouwen en toewerken naar Tokyo. Ik ga naar de Spelen om er álles uit te halen. Dat gevoel moet ik daarna hebben, dus dat ik er echt álles aan gedaan heb. Wat mijn tijd dan is? Een tijd op een toernooi is nooit belangrijk. Een klassering veel meer. Laat ik het zo zeggen: als ik weer, net als in de hitte van Rio, op plek 60 zou finishen, dan ben ik denk ik niet tevreden. Hoe de omstandigheden in Tokyo zijn? Ik weet wat over de luchtvochtigheid, maar meer ook niet. Je weet gewoonweg niet wat voor weer het is op de wedstrijddag zélf. Dat bleek afgelopen zondag ook maar weer in Valencia.”