Hoe de korenmolen van Ruinerwold in 1930 afbrandde

Op 15 november 1930 brandde de korenmolen tot de grond toe af. In de Meppeler Courant van 18 november 1930 verscheen het volgende beeldende artikel:

„De kom van het dorp was den vreemdeling gemakkelijk te beduiden door de twee windkorenmolens die men hier vindt op korten afstand van elkaar of beter gezegd vond, want een dezer gebouwen is zaterdagavond plotseling in vlammen opgegaan. Er waaide n.l. een stevige bries uit het westen en daarom was molenaar Everts druk aan het malen. Doordat de wind toenam en over de omringende bomen soms met rukken als ’t ware in de zeilen sloeg , raakte de as door de vang ( de rem op de as) tengevolge waarvan de wieken niet tot stilstand konden worden gebracht, en ook nog een poging om deze uit den wind te draaien mislukte. Daarna beproefde Everts nog door mais tussen de maalstenen te werpen den molen te doen stilstaan, maar alles tevergeefs en tenslotte moest hij zich maar gauw bergen doordat hij reeds vuur in de kap zag en alles zich met een dichten rook vulde. Door de grote wrijving was n.l. de as heetgeloopen en hadden houtwerk en riet vlam gevat. Aangewakkerd door den stevigen westenwind stond weldra de heele molen in brand, wat een prachtig gezicht opleverde. En terwijl alles brandde, draaiden de wieken, haar roeping getrouw, nog stadig rond. Lang stond de romp van het gebouw nog fier te midden van den rossen gloed , als wilde zij de vlammen tarten haar neer te werpen, maar tenslotte moest zij het tegen haar machtigen vijand afleggen, stortte alles krakend ineen en kwam de as met de wieken langzaam naar beneden zakken, als wilde ze slechts noode het hoofd buigen voor den allesverslindenden geweldenaar.

Brandspuiten

Natuurlijk was bij dezen brand heel wat publiek tegenwoordig en probeerden de 2 brandspuiten van Dijkhuizen en Oosteinde het vuur te temperen, maar het was alsof de vlammen spotten met de armzalige straaltjes en even later nog hooger oplaaiden dan te voren. Intusschen is het jammer dat het gebouw verdwenen is. De twee molens, op zoo korten afstand van elkaar, stonden daar zoo gezellig , geenzins als nijdige concurrenten, maar als gemoedelijke werklieden, die met lust en ijver het koren maalden tot voedsel voor mensch en vee. De oudste van de twee is nu niet meer.

De molen was verzekerd bij de Onderlinge Brandwaarborg Mij.( speciaal voor molenaars) te Bussum voor f 6000 , waar ook de inventaris en koopmansgoederen verassureerd zijn. Het ligt voor de hand , dat deze windkorenmolen niet weer in zijn ouden vorm zal worden opgebouwd, maar omgezet zal worden in stoomkorenmolen."

Aanbesteding

De oude windkorenmolen kwam niet terug. Everts liet een maalgebouw ontwerpen door architect Bosman te Meppel. Binnen 7 weken na de brand, volgde een publieke aanbesteding van " het bouwen van een maalgebouw met bijlevering van alle materialen". Er schreven 12 aannemers in. De bouw werd niet aan de laagste inschrijver gegund als zijnde teveel boven de begroting. Er werd een nieuwe onderhandsche inschrijving gehouden met een gewijzigd bestek, waarbij het werk gegund werd aan timmerman B. Smilde Rz. alhier voor 3525 gulden.

Bron: archief Meppeler Courant