Column: Het wordt wel erg stil in huis

Het moet er toch eens van komen: kinderen die de deur uitgaan om op zichzelf te gaan wonen. Met kinderen van 20, 23 en 25 in huis is het erg gezellig, maar het is ook grond dat ze een volgende stap zetten. Ze hoeven van ons niet weg, maar toch wijzen we ze er fijntjes op dat wij vlak voor onze 23ste verjaardag gingen samenwonen op vijfhoog in de Koedijkslanden. Ruim twee jaar later waren we zelfs al getrouwd!

Tijden veranderen, want ik zie om me heen veel meer jongvolwassenen die nog gewoon thuis bivakkeren. Soms gewoon omdat het wel erg makkelijk is, maar steeds vaker omdat de woningmarkt zwaar oververhit is en een huisje kopen of huren er gewoon niet inzit.

Toch zit er nu wat schot in de zaak: sinds begin januari studeert de jongste in Rovaniemi in Finland, waar hij geheel op eigen benen staat en een grote kerel wordt. We misten hem al na een week. Om de stemming te verhogen heeft nu ook de oudste een ‘kamer’ bemachtigd: slaap- en huiskamer voor zichzelf, de rest samen met drie andere bewoners en dat nog wel in de Meppeler binnenstad. Dan kan het snel gaan, want vanaf 1 maart is het appartementje beschikbaar. Blijft thuis nog een kind over, al komt de jongste in juni ook weer terug omdat hij moet afstuderen. Maar wie weet hoe het in Finland loopt?

Roemrucht EK

Mijn gedachten gaan terug naar 1988, toen wij in de flat aan het klussen waren tijdens het roemruchte EK-voetbal. Maar tien alles af was, hadden we onze eigen stek, onze eigen spullen en konden we zelf bepalen hoe laat het eten klaar was. Maar ook miste ik mijn eigen jongenskamer bovenin dat veel te grote huis aan de Stationsweg. Ik droomde er regelmatig over, net zoals ik nog steeds wel eens droom over die flat. Dat ik daar weer thuis kom, alsof we twee huizen hebben. Dat alles daar vol spinrag zat omdat ik er te lang niet was geweest. Het mag als een goed teken gezien worden, een bewijs dat ik het thuis in die jongenskamer erg naar de zin had, maar ook in de flat met mijn eega.

Ik hoop dat mijn kinderen straks ook dromen over hun kamer die ze nu nog bij ons in huis hebben. Dat ze misschien wel heimwee krijgen naar die levensfase, want dat betekent dat wij het als ouders goed gedaan hebben. En natuurlijk staat het logeerbed altijd klaar. Nee, hun oorspronkelijke kamers krijgen ongetwijfeld een andere invulling, een kantoortje, een hobbykamer, een logeerkamer. We zien wel, voorlopig koesteren we de aanwezigheid van ons kroost. Die reuring in huis, wat zal het straks stil worden.

Peter Nefkens