Column van boerin Bianca: ‘No grass, no glory’

Ik herinner me mijn oma’s woorden wanneer het halverwege een meimaand begon te regenen na een tiental droge dagen: ‘nu vieren de boeren een feestje’. Vervolgens toverde oma steevast blokjes kaas en limonade tevoorschijn, zodat we met de boeren mee konden proosten. Als kwekersdochter heb ik dit nooit écht begrepen. Mijn oma wel. Ze had vele oogsten meegemaakt. Inmiddels kan ik meepraten.

Ik ken het belang voor een melkveehouder om de eerste grassnede goed ‘binnen te halen’. Ik weet dat dit voer essentieel is voor de ontwikkeling van de koe en de kwaliteit van haar melk. Dat gedegen voorbereiding en juiste timing van wezenlijk belang zijn voor een optimale verhouding van mineralen, vitaminen en voedingsstoffen. Dat voldoende mankracht, goed materieel en gelukkige weersomstandigheden factoren zijn die maken dat de kuil (ingemaakt gras) van die kwaliteit is, dat je er bijna zelf een hap van zou willen nemen.

Laatstgenoemde factor maakte het proces dit jaar wel érg spannend. De afgelopen meimaand zal de boeken ingaan als één van de natste, de afgelopen decennia. En laat dat nu net hetgeen zijn wat een boer niet in zijn kuil wenst: regen.

Massa kwaliteitsgras

Rond half mei achtte mijn boer de tijd rijp voor de grasoogst, er stond voldoende massa kwaliteitsgras. Op basis van eigen ervaring en de weersvoorspelling van ‘de kenners’ werd, tezamen met de loonwerker, de datum geprikt.

Tijdens de voorbereidende dagen werd het weer nauwlettend gepeild; het bleef grillig. Maar de keuze om de eerste grassnede ‘tussen de buien door te stelen’ was gemaakt en we hoopten op een portie geluk. Ons gezin zette de schouders eronder en ook schoonpa kwam vanuit de Randstad toegesneld. Intensieve dagen volgden: gecontroleerd maaien (om eventueel wild of weidevogels te beschermen), schudden en harken; een mooie samenwerking tussen mens en machines.

Tijdens pech ervaarden we weer hoe fijn naoberschap is toen buurman te hulp schoot. De boerin molk de koeien, oudste dochter kantharken, zoon sprong bij waar nodig en jongste dochter zorgde voor de innerlijke mens. Steeds werd de lucht nauwlettend bekeken. Ó, wat rook het gemaaide gras heerlijk, laat de regen uitblijven!

De dag van het inkuilen kwam. Met grof geschut klaarde de loonwerker de klus waarna ons gezin het gras afdekte met zeilen. Een paar druppels regen in het kwaliteitsvoer; niet noemenswaardig. Mazzel dus!...of niet?...denk ik al proostend op de oogst met een blokje kaas en een biertje, een knipoog omhoog gevend; naar oma.